Kies je overnachtingsplek met zorg

Ooit stonden we op een natuurcamping midden in het Groene Hart en we hadden onze kleine tent opgezet op een rustig grasveldje. Tot dusver niets aan de hand. We hakten hout, stookten een vuurtje en namen wat te eten. Pas toen we in de slaapzakken kropen, dachten we van hmm. We lagen niet helemaal waterpas. Niet echt handig, maar we hebben het er maar mee gedaan die nacht. De volgende dag de tent toch maar een stuk verplaatst. De moraal? Let even op waar je je overnachtingsplek maakt.

Op een camping maakt het allemaal niks uit, je verzet je tent of doet dat een dag later. Maar op een trektocht met rugzak moet je wel aandacht besteden aan je overnachtingsplek. Nu mag in Nederland wildkamperen niet, maar in andere landen soms wel. Wildkampeer je, legaal of niet, zoek je kampeerplek met zorg uit. Wakker worden omdat je tent is gaan drijven is geen pretje. Uiteraard kies je voor een legale kampeerplek, maar doe je dat niet kies dan een plek met zorg uit. Je wilt je impact op de omgeving zo klein mogelijk houden. Gedraag je en als er al troep ligt van je voorgangers, neem dat dan mee. Waar je ook overnacht, pas de regels van Leave no trace in acht. Maak geen vuur als het niet echt nodig is, laat de vegetatie heel en neem al je zooi mee.

Wat is een goede plek?

Er zijn een aantal factoren van belang:

Goed gedraineerd: wakker worden in een plas water wil je niet.

Beschut: kamperen onder grote bomen betekent minder dauw en meer warmte. Let er wel op dat er geen takken naar beneden kunnen vallen. Veiligheid voorop.

Vlak en gelijk: als het even kan lig je liever zo plat mogelijk. Slaap je toch op een helling, leg dan je benen aan de hoge kant.

Winderig: kampeer je tijdens het muggenseizoen, zeker als je onder een tarp slaapt, zorg dan voor een plek waar de wind wat meer vrij spel heeft.

Vermijd de volgende plekken

Geulen: met hevige regenval heb je van die geulen die ineens vol kunnen lopen of kunnen overstromen. Het valt niet altijd goed op, dus verken de omgeving.

Kloven: let altijd op het weer of op weersveranderingen. Maak je kamp altijd boven het niveau dat kan overstromen. Sommige gebieden in de wereld kennen supersnelle overstromingen met hevige regenval. Kans op veel regen? Loop dan door.

Bergkammen en heuveltoppen: vermijd kamperen op die hoger gelegen gebieden. Vooral als er regelmatig stormen voorkomen. Zijn de omstandigheden slecht, daal dan af.

Alleenstaande bomen: bomen die alleen staan kunnen bliksem aantrekken. Niet doen dus.

Kwetsbare vegetatie: je wil geen impact uitoefenen op de omgeving of de natuur. Zoek een andere plek.

Dichtbij het water: kamperen dichtbij het water vergroot de kans op muggen. Verder gebruikt wild die plekken graag om te gaan drinken. In Nederland niet zo’n punt, maar in een land met beren…

Het diepste punt van een vallei: diep in een vallei komt veel meer condensatie voor, als je dat wil voorkomen moet je daar niet kamperen.

Zoals ik al zei: in Nederland heb je niet te maken met deze extremen. Hier moet je oppassen waar je kampeert, er van uitgaande dat je niet legaal ergens je tent opzet. Pas er dan op betrapt te worden, en zet je tent niet in een kwetsbaar gebied neer. En neem je zooi mee, maar dat spreekt voor zich, toch?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.