Eropuit naar Veenkuil

Het is stil op mijn blog, te stil, dat geef ik toe en daar zijn geen excuses voor. Er zijn ook geen excuses voor het feit dat we afgelopen weekend pas voor het eerst dit jaar gingen kamperen. Te druk, geen zin, het weer… Allemaal excuses die eigenlijk geen excuses zijn. We moeten ons leven beteren. Dit weekend dus eindelijk wat nachten in onze tent, en wat hebben we het gemist. Het kampeerterrein waar we verbleven was het terrein van Staatsbosbeheer in de Noordoostpolder, Veenkuil, gelegen in het Kuinderbos en liggend aan de Kuinderplas. Wat mij betreft het leukste kampeerterrein dat ik ken. Maar dat is dan alleen mijn mening natuurlijk.

Geen pannenkoekenhuis
Flevoland, ik heb er wat mee. Die rechte wegen, dat fonkelnieuwe land, het kan mij bekoren. Die provincie heeft een behoorlijk bebost gebied waar het goed toeven is zonder al te veel mensen. Die hangen namelijk op de Veluwe rond en speuren vooral naar een pannenkoekenhuis. Nee, in Flevoland kun je nog heerlijk wandelen, zonder dat je veel mensen tegenkomt. Denk eens aan de Randmeerbossen en dan vooral het Horsterwold. Laat die Veluwe nu eens links liggen en kies voor een avontuur op het nieuwe land, de bossen zijn aardig volgroeid en de vogels weten allang dat het daar genieten is. Dus ga, maar niet allemaal tegelijk.

Genoeg te beleven
In 1940 waren alle dijken dicht en begon het droogmalen van het gebied. Door de Noordoostpolder verloor het eiland Urk zijn status als eiland. Net als Schokland trouwens. In 1942 was het land droog en begon de inrichting met Emmeloord als centraal punt. Op vaste afstanden werden de andere dorpen aangelegd. Het land ontstond letterlijk op de tekentafel. De meeste vierkante meters worden gebruikt voor landbouw en wat daarvoor niet geschikt was, werd bos, het Kuinderbos dus. Aangeplant in de periode van 1947 en 1953. Er valt voor wandelaars, bikers en ruiters genoeg te beleven.

Het strandje op Veenkuil van Staatsbosbeheer

Zwemmen en varen
Staatsbosbeheer legde daar, aan de oevers van de Kuinderplas, het kampeerterrein aan. Twee velden en nog een aantal bosplekken om je tent neer te zetten. Voor de koelkastverslaafden zijn er een aantal plekken met stroom. Nu heeft dat terrein een actieve beheerder/boswachter en staat er een koelkast met vriesvak. Geen problemen dus om je pilsjes koel te houden. Kampeergasten mogen zwemmen vanaf het ‘strandje’ op het kampeerterrein en er liggen twee boten en twee waterfietsen voor wie de omgeving eens vanaf het water wil bekijken. Even intekenen op de lijst en roeien of trappen maar. Kost niks. Gezien de staat van het spul zijn het krijgertjes, maar geen kind die daar mee zit en die kiezen graag het ruime sop. Het mooie van dit terrein is dat het ook in de winter open is, ik zie een familieweekend aankomen.

Grote veld op Veenkuil van Staatsbosbeheer

Luxe voor thuis
En ja, er is warm water en sinds een paar jaar heeft Staatsbosbeheer schoonmakers die in het hoogseizoen de douches en wc’s schoonhouden. Wat voor sommige mensen reden is om er een zooitje van te maken, al heb je dat vast op iedere camping. Het sanitair is simpel, doeltreffend en voldoet prima. Luxe is voor thuis. Te veel luxe trekt ook verkeerde kampeerders naar een natuurkampeerterrein. Dat zijn plaatsen waar je gewoon heerlijk in alle rust van je natje en droogje kunt genieten zonder gedonder en gezuip van je buren. Echt kamperen dus. Wat dat betreft is het wel jammer dat Staatsbosbeheer privé-sanitair aanbiedt op sommige terreinen. Alles voor de inkomsten natuurlijk. Maar wenselijk acht ik dat niet. Deze terreinen moeten zo simpel mogelijk blijven.

Ook een mooi plekje op Veenkuil van Staatsbosbeheer

IJsvogels
Is er wat te beleven? Nee! Je moet het allemaal maar zelf uitzoeken, geen activiteiten of wat dan ook. Behalve de boswachter die je met alle plezier meeneemt op een excursie. Vorig jaar zag ik hem een groep van een enkel persoon het gebied mee innemen. Hulde voor die man. Maar je kunt er ook zelf op uit natuurlijk, pak een kaart en banjer langs de vele paden. Loop in ieder geval een rondje om de plas, iets van een kilometer of 5. Grote kans dat je vanaf een takje een ijsvogel een visje ziet verschalken. Want die hebben het prima naar hun zin daar. En geef toe, een blauwe schicht die over het water scheert… In mijn ogen bestaat er weinig mooiers.

Toch een nadeeltje
Vanuit commercieel oogpunt begrijp ik dat Staatsbosbeheer zich heeft aangesloten bij de Stichting Natuurkampeerterreinen en je dus verplicht bent een kampeerkaart te kopen. Die stichting is niets meer dan een marketingdingetje van ‘kleine’ terreinen en het jaagt je alleen op kosten. Persoonlijk zie ik de toegevoegde waarde er niet van. Staatsbosbeheerterreinen zouden zo basic moeten zijn als mogelijk en wenselijk is, plaatsen voor de echte kampeerders. Ronduit positief is, dat je bij het reserveren (want dat moet, al kun je daar ook een discussie over voeren, maar makkelijk is het wel) geen plek kunt vastleggen. Dus na het aankomen bij het terrein kun je pas je plekje uitzoeken. Oh ja, heb ik de kampvuurkuil al genoemd…?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.